Heeft functionele training zin?
Een eenvoudige uitleg van wat functionele training is, waarom het begrip vaak verkeerd wordt gebruikt, en hoe je in plaats daarvan het effectiefst traint met simpele oefeningen.
Geschreven door Morten Het woord "functioneel" wordt overal in de fitnesswereld gebruikt. We hebben functionele voeding, functionele geneeskunde en natuurlijk functionele training. Het begrip is breed, en daarom wordt het vaak gebruikt op manieren die zowel vaag als misleidend kunnen zijn.
Functionele training wordt meestal in verband gebracht met Crossfit of met sporters die hun prestatie in een specifieke beweging willen verbeteren. Maar is functionele training eigenlijk iets bijzonders vergeleken met gewone krachttraining?
Waar draait functionele training om?
Volgens het woordenboek op Woorden.org betekent "functioneel" "met een functie, niet overbodig": iets wat zijn doel goed dient. Functionele training is dus training die gericht is op een specifiek doel of een specifieke activiteit.
In de sportwereld gebruikt men al jaren functionele training om bewegingen uit een bepaalde sport na te bootsen. Voetballers trainen bijvoorbeeld hun dribbels tussen obstakels door, terwijl golfers hun swingtechniek oefenen.
Een ander voorbeeld is een verhuizer, die elke dag zware dingen tilt en draagt. Functionele training zou voor hem bestaan uit oefeningen die lijken op de bewegingen en belastingen die hij in zijn werk gebruikt.
In een sportschool is het moeilijk om dagelijkse bewegingen precies na te doen. Daarom kom je vaak uit bij algemenere oefeningen, die je lichaam nog steeds sterker maken. Een voorbeeld is de deadlift, die spieren traint die je helpen iets van de grond te tillen. Iets waar een verhuizer zeker wat aan heeft.
Ook al bootst de deadlift het verhuiswerk niet helemaal na, de oefening geeft je nog steeds kracht, stabiliteit en techniek die je kunt meenemen naar het echte leven.
Heeft het dan zin om het woord functioneel te gebruiken?
In een gewone sportschool is er eigenlijk niet veel dat per definitie functionele training genoemd kan worden. De meeste oefeningen zijn ontworpen om een bepaalde spiergroep te trainen via een bepaalde beweging, niet om dagelijkse activiteiten na te bootsen.
Vaak worden oefeningen functioneel genoemd, ook al hebben ze niets specifieks te maken met de activiteit die je wilt verbeteren. Dat kan verwarrend zijn voor mensen die gewoon zo effectief mogelijk willen trainen.
Wil je beter worden in een bepaalde activiteit, dan word je het best door precies die activiteit te oefenen. Niet door een oefening te doen die er "op lijkt".
Dat betekent niet dat algemene krachttraining geen waarde heeft. Integendeel. Oefeningen als de squat, bankdrukken, de deadlift en lunges ontwikkelen stabiliteit, kracht en controle, die je in veel verschillende situaties buiten de sportschool kunt gebruiken.
Een goed voorbeeld zijn voetballers die zware squats doen om harder te kunnen schieten. Squats zijn geen functionele oefening voor die specifieke trap, maar ze maken de speler sterker, en dat verbetert zijn prestatie.
Conclusie
Functionele training is een begrip dat veel meer hype heeft gekregen dan het kan dragen. Veel oefeningen die functioneel worden genoemd, zijn niet eens bijzonder relevant voor de activiteit die ze zogenaamd verbeteren.
Als een oefening echt functioneel moet zijn, moet ze direct verband houden met de specifieke beweging of activiteit die je wilt verbeteren. Dat is in een gewone sportschool moeilijk te bereiken.
Algemene krachttraining met simpele, effectieve oefeningen helpt in de meeste gevallen veel meer dan "functionele" speciale oefeningen. Er is geen reden om training ingewikkelder te maken dan nodig. Zeker niet met begrippen die vaak verkeerd worden gebruikt.